De trein komt aan
Ik wacht met wiebelknieën
Welke coupé (wie hoe wanneer)
Heeft zich aan je mogen vergapen?
Ik wil je kussen wil je hebben met je pronken
Ik wil je binnen handbereik voor altijd
(jou jou jou)
Veilig ver zijn mijn handen in mijn jaszakken
(Je zult ze niet zien beven)
De trein loopt leeg als na een bomaanslag
(Eindstation)
Ik rek mijn nek en wacht
Na vandaag zal ik heel heel zijn
De volgende trein komt
Het resolute fluitje klinkt
Je bent er niet
(Dat wist ik al)
De trein rijdt weg
Ik val
No comments:
Post a Comment