June 12, 2009

Bindingsangst

I
Laat me ermee ophouden alsjeblieft. Ik ben te moe, wil dit niet meer. Laat me de kaarsen uitblazen, mijn koffer pakken. Je mag me laf noemen, of bang van het bekende. Je kan woorden naar mijn hoofd slingeren die scherp zijn als jouw nagels in mijn hand.



Maar mijn keuze is al gemaakt, de weg terug afgesloten en dichtgebrand. Berichten wil ik niet meer ontvangen, geen tekens van leven uit jouw wereld. Ja, doe je ogen maar dicht, ga maar slapen, vermoeid van mijn klagen. Ik doe de deur wel zachtjes dicht en zal de sleutel door de brievenbus gooien.



II
Als ik de tijd kon stoppen, had ik het allang gedaan. Op dat moment voor de twijfel inslaat zal ik willen leven, in die perfecte stilte. Vóór mijn angsten wil ik zijn, dat bekruipende gevoel te vlug af.


Jij snapt me niet, hebt dat nooit gekund. Ik verwacht het al niet meer van je, ik weet wel beter. Je kan je beter zorgen maken over dingen die je begrijpt, dan je mooie hoofd breken over onbegrijpelijke zaken. Hoe zou jij ook kunnen begrijpen dat ik niet meer naar je verlang vanwege die ziekmakende angst, vanwege die schrikbarend grote brok die mijn slokdarm blokkeert?


Ik wil je hebben, maar durf je niet te houden. Ik wil één nacht, geen duizend-en-één.


Vraag of ik om je geef en ik zal het altijd beamen. Vraag niet of ik ervoor wil vechten, daar ben ik nooit goed in geweest. Als jij het strand bent, ben ik de zee: altijd zal ik terugkomen, een ongebroken cyclus van aantrekking en afstoting.



III
Er zit zoveel muziek in mij. Muziek overal, barstensvol zit ik. Tot de nok vol. En ik blijf maar vullen, want overal is muziek: mooie muziek, harde muziek, dodelijk eerlijke muziek. Er zit muziek in mij, een hoofd vol met symfonieën. Er zit heerlijke muziek in mij. Overal, en enkel hier.


Soms zit ik ook een beetje vol met geluk. Een extase van een eeuwigheid, verpakt in één etmaal. Geluk tot in mijn tenen. En ik zou ook wel vol met geluk willen zijn, voor altijd, maar ik zit al vol met muziek.


Er zit liefde in mij. Liefde voor alles, liefde alleen voor jou. Ik wil vol zitten met liefde, egoïstische liefde, zelfzuchtige liefde, materiële liefde, alle liefde.


Er zit angst in mij, gecamoufleerde angst en duidelijke angst. Verstikkende angst, alom aanwezige angst. Schenk het geen aandacht en het houdt zich stil. Je moet je angst vergroten alvorens het te vernietigen. Waren we allemaal maar zo dapper.


Ik wil je toezingen met al mijn muziek, je laten delen in mijn geluk en je er ook een beetje mee overspoelen. Ik wil van je houden, je blind liefhebben. Ik wil onvoorwaardelijk bij je zijn, je lief vinden tot in de eeuwigheid, al mijn liefde op jou projecteren.


Neem jij mijn angsten weg, trek jij mij op, uit het duister? Kus jij de tranen weg, fluister je ware woorden?


Ik ben


zo


bang.

Wounds

Shut up.
Her screams always made me almost want to hurt her.
I love her too much, I want her to love me too.
This is honesty and it feels like being naked.
I will not shut up.
I could almost see how my words made her brain work, how my voice made her skin tingle from anger.
I know her all too well.
Do you love me?
She was asking for confirmation, but I could not give it, not now.
Of course I did.
But why that question?
What did it have to do with our argument?
I did not understand it.
Because I want to know if this is still worth it.
She was almost a women, but could be so child-like honest sometimes.
That has nothing to do with our argument.
Shut up.
She screamed again, an animalistic sound, and I was really trying to keep my cool but it kept getting harder.
I will not shut up.
Not now, never.
You will one day, trust me.
I knew what she was thinking of and I also knew she wanted me to be hurt.
It was a disease, a curse.
She was locked inside her own misery and I was unable to do anything about it.
Now Zara, you are a heroine.
You are the cure to each and every wound I have.
But seeing you hurt gives me more pain than wounds could ever cause.
Of course I love you.
I always have.


Zara is sixteen.
She is beautiful.
When I tell her she is, all she does is roll her eyes and continue whatever she was doing.
But she is the prettiest girl I have ever known or will know.
She is smart.
Oh, my Zara is so smart.
She is way better than I ever was or will ever be.
If only she realized before it is too late.
I would give my life without a second thought for her.
Mum?
I answer with a swift nod.
I do not want to die.
I feel tears making their way to my eyes, thirsty for air, to see the world.
The world is an illusion, but I would give anything to live this illusion a little longer.
I do not want you to die either honey.
I know.
Her voice.
It is so perfectly honest but I do not want it to sound this way.
Because honesty is sadness in our case.
Do not give up yet love.
Dare not die.
I love you.
Always have, always will.
As Zara falls asleep in my arms I treasure the feeling of maternity that overwhelms me.
I sat like this sixteen years ago.
I held her through every storm.
I have always protected her with all the strength that I have inside of me.
My arms start to hurt but it is okay.
I would do anything to protect her.
I want her to live.


Zara and I have been in the hospital for the past months.
The people here are kind and try their hardest to make us feel a little better but we all know it is all for nothing.
My daughter will not live to be seventeen.

Ochtend

Hallo kristallen dauw, goedemorgen wereld.
Ik ben geen mens van ochtenden, maar moet dit kwijt.
Naakte ochtend, koude ochtend, waarheid-ochtend.
De zon twijfelt nog en ik ontmoedig hem in volle glorie mijn gebreken te belichten –laat het nog even nacht zijn.
De zon komt op en brandt m'n ogen.
De zon komt op en brandt de waarheid in, en ik weet dat er geen terugweg is naar dat comfortabele zwart, er is slechts vooruit, niets dan de dag, alleen dit gevecht.



Ochtend, ochtend, ochtend, licht, licht.
Licht dat de wereld te duidelijk toont, licht van de waarheid.
Toe, laat me nog even in de waan dat alles zachte randen heeft, dat ik niet ver zal vallen, mocht de realiteit mij neerdrukken, mij te zwaar zijn.
O ochtend, scherpe ochtend, het is niets persoonlijks.
Maar morgenstonde, jij wekt mijn sarcasme tot leven en reduceert mijn zelfvertrouwen tot ver onder het vriespunt, tot stikstof.
Je onderbreekt mijn dromen, lijkt werk aan de winkel te roepen en ik wil niet.
Ik ga in staking, ochtend.
Ik ga in staking, wereld.
Ik blijf in bed.
Ik doe niet meer mee.
Ik doe niet meer mee met deze ochtendmaatschappij, ik zie niet in waarom, ben blind voor de schoonheid hiervan.

Papierwerk

Aanbeden door aanbidders
Die nog echter zijn dan zij
Dreef ze verstrooid de kruimels papier
De plastic afgrond der prullenbak in


Daar waar de mis-tekeningen stervende waren
En al niet meer gered konden worden


Tussen de papieren platen
Die haar succes slechts ondermijnden
Zochten papieren tranen hun weg


Realiteit is voor degenen
Die geen pen hanteren

F.

(dus jouw handen lieten de mijne los


terwijl ik
zwaartekracht
al ontkend had


terwijl mijn voeten al beblaard waren


wie adopteert mijn vraagtekens?)



ik mis hoe wij ooit waren

The Cause

“I could tell you a million things right now. I could choose to tell you what I believe would make you feel better, less negative at least. But that way I would let you live a lie. I’m going to be honest with you, Jimmy.”

I tapped my fingers subconsciously on the table in front of me. Vaguely I heard what the psychiatrist said, somewhere in between the constant screaming in my head. I am the cause of all misery. I am the cause of all pain. I am the cause of all depression. I am the cause of each and every death.

“You’re not okay, Jimmy. You’re obviously not. We all know. You know. I don’t think anybody will deny that. Never mind how much I hate to tell you this, but that is why they made this decision. You’re a danger to yourself and society.”

My skin was rough and dry, my hair greasy. My head was heavy and I was tired. I used to care but I did not anymore. I am the cause of this person’s misery. I am the cause of the long trial and the cause of the long hours all these people made. I am the cause of their broken relationships because they were never there when they needed to. I am the cause of my own broken relationship.

“I’ve told you last week about your trial. Back then we were still in the middle of it. I’m not going to make this any harder for you; you’ll be in prison until the day you die.”

I honestly did not care. Behind the glass door I saw my mother. She did care. She was crying. She was screaming. She was trying to reach to the door but was pulled back by security. I wished I cared. I wanted to care at that moment. I wanted to be filled with rage. I wanted to push my chair aside and get to my mother. I wanted her to know I loved her. But truthfully I did not know if I still did. I was not even sorry. I am the cause of your pain. I am the cause of your heart breaking. I am the cause of your life crashing down. I am the cause of all those nightmares to come.

“Do you have any questions left, Jimmy?”

I shook my head no, I had stopped speaking altogether about a month ago, after I told him my story. I was nothing, I had no purpose anymore. He stood up, ready to end this conservation. The guard pulled me up because I did not have any energy for that; I felt like complete nothingness. I was going to be put away to rot to death.

Suddenly I lunged forward and grabbed the psychiatrist’s shoulders. I shook them, looking in his eyes. The guard however got my hands back on my back in a few seconds.

“I’m sorry.” I spoke, my voice raw and hoarse because of the lack of usage of my vocal chords. I coughed. “I’m sorry I fucked up. Could you tell her I am so extremely sorry I won’t ever be home again. I’m sorry I won’t be there to raise our little girl. I’m so, so sorry.” By now tears were cascading down my cheeks, stinging the dry skin. I had been wrong. I did care. Oh, how wrong had I been. “I am the cause of all the pain she’ll feel in the future and I am so sorry.”

I glanced at the door window. My mother was gone. How I hoped she would know I did care. I am the cause. I am the cause. I am the cause.

“Jimmy, listen.” I am the cause. Now the psychiatrist’s hands were on my shoulders. I am the cause. I am the cause. He looked straight in my eyes, his expression serious. I tried to concentrate but the voice in my head was only gaining in volume. I am the cause. I am the cause. I am the cause. “Your wife and daughter… They are…” his expression softened. “Never mind, Jimmy. Thanks for sharing your life with me. I wish you the best of luck. I suggest you write a lot. I will certainly write you.” I am the cause. I am the cause. I am the cause. I started to sweat.

“Will I be able to write my girls?”

He frowned before biting his lip. “Sure.”

Silence. Perfect silence filled my head for a few moments at this happy news, before crashing back into my brains. I AM THE CAUSE- I AM THE CAUSE- I AM THE CAUSE- I AM THE CAUSE.

I left the room and was brought to one of the many cells in the building. I AM THE CAUSE- I AM THE CAUSE- I am the cause- I am the cause- I am the cause…

The psychiatrist sat back down again, put his head in his hands. He was filled with guilt. I was gone. One of his colleagues showed up, having watched the whole conversation from behind what seemed a mirror, but was actually a sneaky window of truth.

“Are you alright?” the psychiatrist nodded silently, waved the other formal questions with his right hand. He answered what was not asked: “Because he broke down. He is mentally completely instable. If I told him he will put a gun to his head.”

“Aren’t we better off that way?”

“I will not be the cause to his death when he is of no threat in jail.”

“The guy killed his girlfriend and daughter! He will not be able to write to them! What are you gonna do? Answer the letters he sends them? He is a murderer!”

I am the cause.

Hinkelen over het treinspoor

De trein komt aan

Ik wacht met wiebelknieën

Welke coupé (wie hoe wanneer)
Heeft zich aan je mogen vergapen?

Ik wil je kussen wil je hebben met je pronken
Ik wil je binnen handbereik voor altijd
(jou jou jou)

Veilig ver zijn mijn handen in mijn jaszakken
(Je zult ze niet zien beven)

De trein loopt leeg als na een bomaanslag
(Eindstation)

Ik rek mijn nek en wacht
Na vandaag zal ik heel heel zijn

De volgende trein komt
Het resolute fluitje klinkt

Je bent er niet
(Dat wist ik al)
De trein rijdt weg
Ik val

Treinen

Als ik nou per ongeluk van het perron af val. Door een passant of passerende windvlaag. Zou men dan weten dat het niet met opzet was?

Of moet ik nu alvast getuigenis afleggen. Briefje in mijn binnenzak. Ik wil niet dood. Zou dat nog leesbaar zijn als ik gesandwich’d ben tussen trein en spoor?

Of dat ik te laat ben voor een kaartje kopen. Snel de trein inspringen. Belangrijke afspraak, liefst in een stad met conducteurenplaag natuurlijk.

En dan heb je zo’n conducteur met een pesthumeur. Een impulsieve conducteur om acht uur zestien ‘s morgens tussen Roosendaal en Eindhoven.

- Brom brom goedemorgen
- Hallo meneer de conducteur, edelachtbare.
(In geval van zenuwen ben ik altijd beleefd superplus.)
- Heeft u een kaartje.
-Nou geachte conducteur, daar zit mijn dilemma, met uw welnemen. Gezien een rekenfout mijnerzijds kwam ik helaas te laat op dat prachtige NS-station. Werkelijk. Heel mooi. Ik hoopte op een beetje begrip van uw kant-

Tegen die tijd voel ik de zweterige hand van de impulsieve conducteur met een pesthumeur. Op mijn linkerschouder. Dat mag nog net, een schouder. Kan nog educatief verantwoord zijn. Waarschijnlijk sommeert hij me dan mee te lopen. Duwt hij me hopsakee zó de trein uit. En dan heb ik natuurlijk net dat briefje in mijn andere jas laten zitten.

Maandag

“Zet ze gelijk, zet ze gelijk!” raadde hij zijn vriend aan met zijn handen in mijn haar en zijn mond over de mijne. Hij zuchtte en liep naar de draaitafels in de hoek van de kamer en begon te friemelen aan de tweede plaat. Ik leunde achterover op de bank en schopte mijn schoenen uit. Zijn hoofd kwam in m’n gezichtsveld -opsekop- met die geweldige grijns, zijn lichtblauwe ogen keken me ondeugend aan en hij zoende me.
Hier zou ik nooit genoeg van krijgen. Ik zou elke dag willen fotograferen, elk moment zodat we voor eeuwig zouden bestaan. Op dit soort momenten werd ik een hopeloos gelukkige romanticus.

Als ik de geheugenruimte had zou ik al jouw glimlachen fotograferen. Je geweldige glimlach die mijn knieën doet verdwijnen. Die glimlach die niet verloren mag gaan in mijn subjectieve vage geheugen.
Ik ben miserabel zonder jou, zo verschrikkelijk zwart om het licht van jouw ogen nog feller te laten stralen. Ik ben zonder jou zodat je me kan missen en ik bevestigd kan worden. Ik doe jouw shirt uit maar laat het mijne aan zodat ik je hunkerende lippen handen ogen op me kan voelen branden.
En jij gaat weg zodat ik leeg kan zijn en de pijn van je afwezigheid kan voelen. Jij bent de klootzak de lul de vervelende helft zodat ik me kan realiseren hoe irrationeel en onoverkomelijk dit alles is.

Wanneer gaan we botsen jongen, want ik wacht op jouw vonken.

Hospitaal

waar het beton de lucht
ontmoet ontmoette ik
jou met je open armen
en je levensangst-
blikken werpend naar de lucht
daar de afgrond juist dat was en daarom
verboden blikwerpgebied

je vloekte
in de taal van je hoofd
maar ik wist dat je enkel
uitersten zocht

liefde is respect en ik hield van je
dus ik luisterde

ik hoorde je toen je mijn god verwenste
hoorde je aversie tegen alles wat ik ben

ik glimlachte, en begon te bidden

jij wende je blik af richting asfalt maar
je zou zacht terechtkomen